De slager

Mét bloed woog het stuk vlees precies 1278 gram. De elektronische keukenweegschaal gaf het aan. Zonder bloed zou dat zeker 150 gram minder zijn, schatte hij.

Hij stelde zich voor dat hij met een rietje al het bloed uit de homp vlees zou moeten zuigen. Dat hij eerst het stukje hol plastic met blote, ja ongewassen, handen zou vastpakken. Het ene uiteinde dan diep in het vlees zou steken en dan het andere uiteinde zonde schoon te maken in zijn mond. En dan zuigen. Zuigen. Dat hij dan het bloed zou proeven om het vervolgens door te slikken. De gedachte aan zo’n smerig rietje alleen al deed hem kokhalzen.

“Je moet je het ergste voorstellen en dat in gedachten uitvoeren,” had zijn psycholoog gezegd.

Een rietje zonder schoonmaken in je mond steken was dan misschien niet het allerergste, maar iets ongewassen zomaar in je mond steken kwam toch aardig in de buurt.

Eigenlijk kwam zijn smetvrees hem goed van pas in zijn slagerij. Al meermalen was hij tot de schoonste slagerij van heel Californië uitgeroepen. Niet per se het lekkerste vlees, maar de smetteloze indruk die zijn zaak op de jury achterliet had hem furore gebracht. Hij wist eigenlijk niet eens of hij er trots op was.

Thuis werd zijn vrouw gek van zijn hang naar het smetteloze. Of misschien niet van zijn zucht naar het reine, maar van zijn groeiende onvermogen om iets vies te doen. Nog even en een zoen van zijn vrouw zou hem al doen sidderen. Dat hij dan meer lette op haar lippen waar de lippenstift nog maar in vlekjes op zat. Dat hij dan enkel op haar rechterwang haar huidvlek zag waar een haar uit groeide, dan dat hij het een zachte oppervlakte vond waar je een kus op kan geven. Echte seks hadden ze sowieso al jaren niet meer gehad, want opwindend was het niet voor haar om met een man te vrijen wiens gezicht zich in afgrijzen van haar lichaam afkeerde.

De psycholoog was dé manier om ervan af te komen. Het was óf de psycholoog, óf de dwang van een jarenlange alimentatie die hem zijn zaak zou kosten. Zijn vrouw had erg dreigend geklonken.

Hij had de psycholoog één keer geprobeerd, maar gek van ellende had hij nu de derde uitweg gevonden. Het stuk vlees woog precies 1278 gram. Zijn vrouw, die dood op de grond in de keuken lag, woog nu dus precies 1278 gram minder.

Tekst: Mels Hoogenboom

By | 2018-05-13T08:16:55+00:00 May 13th, 2018|Van Een Ander|0 Comments

Leave A Comment