Moezelman

Hij zit op een Hollandse camping aan de Moezel voor zijn camper. Hij draagt een sportbroekje waarvan alleen de pijpen zichtbaar zijn. De rest wordt gecamoufleerd door een enorme hangbuik met middendoor een groot rood litteken dat van zijn borst naar zijn buik loopt. Een aantrekkelijk plaatje is het niet.

Ik weet wel wat jij denkt’, zegt hij opeens tegen me. Hij heeft me blijkbaar zien kijken. ‘Dit is mijn trofee’ en hij wijst naar het litteken.

Deze snee heb ik overgehouden aan een openhartoperatie, ze hebben zowat al mijn aderen omgelegd en er stents in geplaatst. Da’s om die aderen open te houden. De hele dag zijn ze zoet geweest met me.

Maar ik snor weer als een nieuwe kachel, dus ze hebben goed werk verricht, die dokters.

Nou zeiden ze wel tegen me, mijnheer, dit was een hele klus, duur ook, we hebben wel voor een ton aan u verspijkerd. Deze operatie kan ook maar één keer op deze manier, dus het is wel zaak dat u wat gezonder gaat leven. ‘Ja doc’, zei ik tegen hem, maar ik dacht bij mezelf, dat maak ik zelf wel uit. Kijk, ik ben een echte Moezelman. Ik ben nu anderhalf jaar gepensioneerd en de operatie is negen maanden geleden. Hoogste tijd dat ik ga genieten en dat doen we hier aan de Moezel, mijn vrouw en ik. En hoe doen we dat? Kaartje leggen en dan een lekkere pul witbier zoals ze ze alleen hier hebben. En ‘s avonds laten we voor ons koken, mijn vrouw heeft lang genoeg achter het fornuis gestaan. We eten vaak hierachter in het Schnitzelpaleis. De ene keer hebben ze braadworst, dan weer schnitzel, curryworst noem maar op. Bratkartoffelen, niet te vergeten, die zijn hier goed hoor!

En ik denk gewoon zo: hoe kan dat nou slecht voor me zijn, die Duitsers staan allemaal rechtop en die eten elke dag uit hun eigen keuken, dus waarom ik niet?

Ze zitten hier al vroeg in de middag aan het bier, daar word je ontspannen van en da’s ook niet onbelangrijk voor je hart. Geen stress zei die arts, nou ik ontspan prima met zo’n pulletje bij de lunch.

Nee, daar is niks verkeerds aan. Mijn vrouw zegt weleens ‘eet nou wat meer groente’, dus tegenwoordig eet ik dat konijnenvoer wat je bij je schnitzel krijgt ook op, om haar een plezier te doen. En ik neem twee stukkies fruit op een dag; eerlijk is recht, ik onttrek me nergens aan.

En die hoge kosten, daar heb ik maling aan. Ik heb veertig jaar in de bouw gezeten, half Rotterdam overeind gezet. In veel van die gebouwen zitten nou die luxe jongens van de bank, die komen niks te kort. Dus met die investering in mij zit het wel goed. Nee hoor, ik ben de samenleving niks verschuldigd.

Proost, dat ik maar een ouwe jongen mag worden.’

En in één teug giet hij zijn nog halfvolle pul bier achterover.

tekst: Marga de Waard

By | 2018-06-06T17:06:31+00:00 May 13th, 2018|Van Mij|0 Comments

Leave A Comment