Onderbroken

Ik zit al aan een tafeltje als je het restaurant binnenkomt. “Doe maar een fles wit en een fles water”, zeg je tegen de ober nog voor je gaat zitten. ”De basis moet goed zijn”, zeg je tegen me, “anders wordt het niks. De dag start morgen met aspirines, dat weet ik nu al, ik kan geen maat houden en jij kunt ‘genoeg’ niet spellen, dus dan krijg je dat, maar het geeft niet”.

Ik kijk naar je: een lange, slanke, niet knappe, wel leuke man met een trage glimlach. Eénenvijftig jaar, donker haar zonder grijs, Serviër van oorsprong, levensgenieter en verhalenverteller.

Je bent relatief nieuw in mijn kring, ik ken je al langer maar sinds kort hebben we elkaar ontdekt. We maken plannen voor een creatieve werkplaats met koffie en maatschappelijke ‘paradijsvogels’. We houden allebei van mensen uit het kaartenbakje ‘overig’, omdat gewoon maar zo gewoon is en daar al zat van is. Jij en ik zijn ook niet standaard. Dat is niet per se beter of slechter, maar het geeft in ieder geval wel kleur. Onze ideeën, talenten en ervaring zijn een goede match. Op ons gemak verkennen we de verschillende opties, we hebben de tijd.

We vinden elkaar leuk; plannen maken doen we in restaurants, gedompeld in drank, en daarnaast vertellen we elkaar elkaars verhalen: je glijdt een beetje uit over de h en soms gebruik je niet bestaande woorden die de lading veel beter dekken dan het origineel.

Jij vertelt me over de stokslagen die je van je opa kreeg omdat je de gebitten van hem en je oma had verwisseld in de bekertjes, en dat het even dúúrde voor ze het door hadden, over de oorlog waarin je vriend op een granaat ging staan waarbij hij zijn arm verloor en hoe jullie hem en die arm in een kruiwagen naar een ziekenhuis brachten waar hij er weer aan werd gezet, over je ex-vrouwen en hun streken, over je mooie dochter en nog veel meer.

We lachen veel en het is zo aangenaam in elkaars gezelschap dat soms de vraag rijst: zit er nog meer in dan creatieve partnerschap in spe? Vriendschap, minnaars, potentiële geliefden? Het doet er niet toe, we zien wel, we hebben de tijd.

Je moet hoe dan ook eerst van je rugpijn af. “Ga naar zo’n kraker, misschien helpt het”, zeg ik. Je doet het maar twee dagen later bel je me dat je niet kan lopen.

Die sukkel heeft zeker een zenuw afgeknepen …” Maar nog twee dagen later weten we dat je longkanker hebt, twee grote tumoren waarvan één op je ruggenwervel drukt waardoor je niet meer kunt lopen.

De wereld draait de verkeerde kant op, dit klopt niet, we begonnen nét. We moeten nog van alles ontdekken … Alle mogelijke emoties gieren door me heen, maar ik hou ze voor mezelf.

Je kunt niet ook nog míjn tranen drogen.

Het is niet de vraag óf je doodgaat maar wanneer. “Ik heb mijn twijfels of God bestaat maar zo ja, had hij wel een beetje zachter met me om kunnen gaan, vind ik eigenlijk …” zeg je erover.

Hij had je minimaal met rust kunnen laten en over dertig jaar de restjes bij elkaar kunnen vegen”, antwoord ik.

Maar we passen ons aan, bijna zonder woorden met weer diezelfde vanzelfsprekendheid.

De setting is veranderd, in plaats van de prachtige stad met al haar lonkende restaurants en kroegen zitten we in de koffiecorner van het ziekenhuis of buiten op een bankje weg te kleumen. Ik smokkel kleine flesjes wijn voor je mee, onder mijn jas, voor ’s avonds bij je zelfbedachte toastjes: crackers met kaas, leftovers van het ontbijt.

En we gaan door met verhalen vertellen …We nemen de tijd.

Een keer vat je onze ontmoeting samen: “ We zijn onderbroken, jammer hè.”

Ja”, zeg ik en streel even je hand.

Robert stierf op 9 februari.

Tekst: Marga de Waard

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

By | 2018-05-13T08:29:01+00:00 May 13th, 2018|Van Mij|0 Comments

Leave A Comment